Een plan maken

Ik heb een schrijfweek gepland, en de grote uitdaging is om me niet te laten afleiden. Mijn tijdlijn is gevuld met het neerdalende stof van het hooliganisme in Amsterdam en de anti-Israelische reactie daarop, alsof Israel zelf niet dagelijks honderden mensen bombardeert, doodschiet (een 3- of 4-jarige dame) of simpelweg laat verhongeren. Het voelt alsof eng-rechts dit kan aangrijpen om een anti-moslimagenda door te voeren. Ik moet telkens denken aan Walter van den Bergs verhaal in Als dit zo door gaat, waarin zware schoenen en laarzen door de straten gaan, en angst daaraan voorafgaat. Maar ik moet me niet laten afleiden. Ik begin de dag thuis en vertrek dadelijk naar de bibliotheek, waar ik hoop een werkplek te kunnen bemachtigen. Ik heb boterhammen mee, ik koop daar een kop koffie. Daar is de verleiding groot een kinderboek te pakken om over te schrijven - de nieuwe Grote Vriendelijke Honderd komt eraan - maar ook dat ga ik mezelf niet gunnen. Of niet langer dan een halfuur.

Het plan is: een plan maken. En dat moeten dan een aantal scènes zijn. De tweede minnaarscène, die is evident. Dan ook schetsen waar F. en MJ elkaar zo lang spraken. De weken naar het overlijden. Meer maken van het verhaal bij het haardvuur. De Alleingang in 1980. Ja, ik begin met F., en ga dan inventariseren. Ik moet ergens beginnen.

Ik begon thuis, want de bibliotheek ging pas om 9.00 open. Geschaafd aan F., en gedubd hoe om te gaan met alle emoties rondom deze episode. Ongemak, over het fysieke en amorele aspect van de affaire, schuldgevoel jegens Stoffel, spanning. Moet je dat expliciet maken, bevragen, of impliciet maken. Of is dit voer voor een apart essay?
Voor het vertrek nog even met S. gesproken. Ze heeft gisteren een cursus familie-opstelling gedaan en bedenkt opeens dat het schrijfproces misschien ook in zo'n opstelling beter te begrijpen is. In de verhouding met Stoffel: wil ik wel dat hij het boek leest? Hij vraagt zich duidelijk af hoe lang het nog moet duren. En ik word maar niet concreter. Wil ik het wel afhebben? Ik hoef dat niet nu te beantwoorden, zegt ze, maar ik denk: zijn verhaal ná Josés overlijden zou het verhaal completer maken.
In zo'n opstelling zou je het schrijfproces met een steen kunnen symboliseren, tussen twee poppetjes.

10.28

Na mijn gesprek met Kasper ben ik steeds meer geneigd om het boek radicaal op te splitsen. Het helpt me - of laat ik mezelf te veel dwingen? - om het voor me te zien: Het boek José (1953-1998). Een zoon, zijn moeder, de zoektocht. Het hele pakket van twijfel. Het omslagbeeld is de foto van José en mij in Denemarken, op de rug gezien, al zou ik AI wel willen inzetten om de lucht wat op te rekken. De inhoudsopgave begint met het grote deel waar ik me nu op stort, de scènes in mijn zoektocht en in haar leven die groter zijn, dragend. I. Zoektocht (2018-2025). Het eigenlijke Boek José, daar zit ikzelf in, José, mijn worsteling.

Dan, vergelijkbaar met Marja's schets aan het einde van De Nijhoffs, een biografische verhandeling, de feiten en jaartallen. Kort en bondig, meer ter ondersteuning, maar tussen de feiten door II. Marie José Geraldine Christine van de Weijer (1953-1998).

Dan de essays, al die slimmigheidjes, literaire verbanden, observaties en analyses die verder strekken dan dat particuliere leven. Over hoe ze lachte, de taal van ziekte, Nescio en Prediker, zwemmen, fictie, namen en afkortingen, gezinsleven. Misschien het Hanlo-essay ook ook, het landschapsessay. III. Het hele pakket van twijfel.

Dat betekent dat ik meer kan vertellen, meer móét vertellen, en minder kan afdwalen, móét afdwalen. Want daarvoor is dan een andere plek.

15.26

Ik heb een slot geschreven voor Zoektocht, een nieuwe blik op de uitvaartscène waarin ik al mijn getuigen oproep. Er zit nog te weinig lucht in, dus dat gaan we herschrijven. En ik moet kijken of er citaten uit de Houtsmullerbrief in te korten en samen te vatten zijn. Ik wil het Monuta-boekje nog checken voor de aanwezigen, kijken of ik het vollediger kan maken.

Wat ik schrappen wil en verhuizen:

  • de passage uit en over Kairos. >> III, eventueel, essay over onderzoek (inclusief falende herinneringen (Stoffel, F.), incomplete agenda's)
  • de passage over Zwitserland en de Meppers >> de Meppers deels in het opgroei-hoofdstuk, rest misschien bij III, zwemmen?
  • de analyse van de preek >> III, wellicht met oude stukken Nescio erbij?
  • Anna Hogeland >> eventueel III, een essay over miskramen?
  • Het natuurdagboek >> III samenvoegen met landschapsessay
  • Woolf, Kollaard >>> III, essay over ziekte en taal
  • Kollaard/Zweden >>> III, essay over ziekte en taal

En verdomd, ik stuit nog steeds op dingen die vragen oproepen. Uit de agenda's:

  • dinsdag 8 april 1997 14.30 naar notaris
  • dinsdag 22 april 1997 16.00 Sf cursus | 18.00 MJ reünie

Waarvoor de notaris? De reünie van wat?

  • Tijdlijn bijwerken? A!
  • Waarom ging ze naar de notaris? A: Stoffel vragen
  • Welke reünie had MJ? Van Korenbloemstudenten, of van vroeger? A: Willy vragen
  • Moet de voettocht verder uitgewerkt? A!
  • De kleur van de kist, herinneringen Tessa en Bas? A!
  • Herwerken brieven Kees-Jan, A!
  • Herwerken Meppers, A!
  • Herwerken landschapsessay, A!
  • Herwerken essay ziekte en taal, A!

Aantekening in het bestand MJ-2024-schrijfdagboek.txt.