Boekpresentatie

Hoe was het? Een groot deel van mijn familie van getuigen, en ook mijn boekenfamilie was er, maar niet iedereen paste, of kon erbij zijn, dus de vraag kwam gisteravond al. Hoe was de boekpresentatie? Heel mooi en rijk en bijzonder en warm.

Zoals bij zoveel feestjes begint het ver voor het begin.

Het was een werkdag, dus ik werkte stug door, schreef een blog, maakte voorpublicaties en keek mee met de kerstpakketfotografie. Maar ik kreeg ook appjes en mailtjes met felicitaties, afzeggingen en gelukswensen, en, in een soort P.S. het bericht dat De mensen die mijn moeder was getipt zou worden door Linda.. Dat is na een vermelding in de NCRV-gids de eerste redactionele aandacht voor het boek.

Lola begon de zaal boven de Athenaeum Boekhandel in te richten, de boeken in stapels op tafel, het geluid geïnstalleerd, een poster achterin op het raam. Voor de boekentafel lagen haar hakken te wachten op het echte feest.

De onrust kreeg gestalte met de eerste gasten.

Ik was even beneden, en Bob, ooit gezicht van de bellettrie-afdeling en nu vooral handelaar in kaas, vroeg me mijn boek te signeren. Dus ik op die rood-witte Amerikaanse stoel, en daarna achter de kassa, toen D. opdook, en P. me vanachter omhelsde. P. is tijdens de herfstvakantie tweemaal meegeweest naar Athenaeum om te stickeren, een etalage in te richten en — zijn liefste klusje — achter de kassa te staan. Dus dat voelde heel natuurlijk. Mijn schoonouders, S., even later mijn vader en Josés beste vriendin van haar laatste decennium, Willy. Bevriende schrijvers, de familie van getuigen, een nicht die ik al dertig jaar niet gezien had, een andere nicht die ik in september na jaren weer eens sprak, de gasten hoopten zich zoals bij elke boekpresentatie eerst voor de winkel op, voor een laatste sigaret en nog een omhelzing.

We volgden de gele pijlen naar de Ramenzaal, via de trappetjes naar boven, ik met mijn vaders rollator in de hand.

De zaal raakte vol, ik realiseerde me dat er mensen waren die verder niemand kenden, en die uit hun aard of rol niet met zomaar iemand in gesprek gingen. Eilandjes. Hans, het eerste vriendje. F., Josés minnaar, kende maar twee anderen, een studievriend kende alleen Sietske en mij. Maar verder waren er overal verbanden, buren, vrienden, en vooral mensen die mijn moeder óf mij kennen. Dat is een warm gevoel, het was een uitgebreide familie.

(De winkelchef van Het Martyrium, eerder deze week aan de telefoon: Daan, er komen hier allemaal mensen die je moeder hebben gekend, of jou, het boek loopt fantastisch! Het moet vooral Cecile geweest zijn, Josés beste vriendin in de late Utrechtse jaren, die daar om de hoek woont.)

Zo velen waren vertrouwd, maar dit, met mij in het middelpunt, was nieuw. Een hoopvol liedje, leren vliegen zonder vleugels (en dan liever de variant van The Hitchhiker's Guide to the Galaxy ('There is an art, it says, or rather, a knack to flying. The knack lies in learning how to throw yourself at the ground and miss.') dan de realistische van Tom Petty.)

Ik had vaker opgetreden in presentaties, vooral bij De Revisor, ik had vaker uitgeschreven praatjes, dus dit deel kende ik. Ik wist niet wat ze zouden zeggen, maar ik ken Thijs Joores, mijn redacteur, Gustaaf Peek, schrijver en oud-Revisor-collega en vriend, en mijzelf, ik ken de energieën en de registers, er zal genoeg variatie zijn.

Thijs, warm en vriendelijk, over hoe dit afgelopen jaar, dat we samenwerkten, verliep, welke vragen het boek opwerpt en wat voor aantekeningen hij nog heeft van een (vruchtbaar!) overleg.
Gustaaf, diep doordacht en fantastisch voorgedragen, over alles wat het boek is en kan zijn, over herinneringen, leven en dood...

‘Maar zijn herinneringen, die van jezelf en van anderen, wel de juiste dragers van iemands wezen? Het verleden staat namelijk vast. Alles wat ooit is gebeurd, zal altijd zo zijn gebeurd, het verleden krijgt geen extra rondje, wat is gedaan, blijft gedaan, wat ooit zo is verlopen zal tot in de eeuwigheid op die manier zijn verlopen. Maar het geheugen is dynamisch, immer schavend aan het onwrikbare verleden. Daarom lijkt het verleden dynamisch, altijd open voor nieuwe inzichten en interpretaties, alsof we vanuit het heden de geschiedenis kunnen verversen. Dit is, zacht gezegd, een dromerige omgang met de werkelijkheid, want wat achter ons ligt zal nooit meer veranderen. Hoezeer we ook aansturen op beslissende invloed op het verleden, op ons verleden, hoezeer we ook geloven in de zoektocht naar een passende versie van de geschiedenis die ons zal redden of rechtvaardigen, we blijven machteloos. Onze herinneringen komen voort uit het verleden, maar zijn er allang geen werkelijk deel meer van. Het is als de scheiding tussen leven en dood. Niets wat leeft is dood en al het dode is niet in leven. De herinnering leeft, het verleden is dood.’

... over dat niemand met een moederboek zijn oeuvre begint, maar: ‘Alle eerste boeken hebben gemeen dat ze moesten gebeuren.’
En toen ikzelf, met een ernstige blik maar bedachte zelfspot, met een verhaal over de titels die mijn boek had, uitlopend in een dankwoord en de eerste exemplaren voor mijn vader en voor S. Dat verhaal staat nu ook op de site.

Daan signeert de mensen die mijn moeder was

Mensen moeten vertrekken, Gustaaf veel te snel, die verdiende een veel langere knuffel, maar veel te veel mensen moeten dit combineren met presentaties, afscheidsfeestjes, oude afspraken.
Ik signeer. Eerst aan de hoge tafel, later toch beter bij de boekentafel. Ik had bedacht de mensen uit het dankwoord een foto te geven van José met achterop een opdracht, en dat werkt — behalve bij die foto's waar ik met vulpen heb gewerkt. (Les: een vulpen signeert lekker, maar niet op fotopapier.) Ik schrijf: deze is voor de vele mensen die jij bent, een lezer in het bijzonder. Met variaties, vanzelfsprekend.
D. vraagt: wie is dat, met die geweldige schoenen? Nee die, met die zwarte hakken?
S. vraagt: maar wie is F. dan? En ben ik Hans nu misgelopen?
Ik herhaal mijn voornemen tegen iedereen: we zien elkaar snel. We drinken koffie. We praten verder. Ik ben benieuwd wat je ervan vindt.

En dan is het 19.00. De winkel sluit. Karlijn ruimt op, Roel bemant de deur beneden. Met bijna alleen nog maar bloedverwanten gaan we naar het Café waar S. en ik bijna 23 jaar geleden — een half leven — onze eerste date hadden, nog zo’n gebeurtenis waar al twee verschillende verhalen over zijn. We ronden af, we nemen de trein, we nemen afscheid, we komen thuis.

Dit is het einde van het begin.

De mensen die mijn moeder was ligt in ruim veertig boekhandels door Nederland. Vraag er naar bij je favoriete boekenplek, wees het leger van José.